dt-regel : werkwoorden eenvoudig vervoegen
By thorgal on May 20, 2008 | In Cursusmateriaal
Een van de meest gestelde vragen hier op levenslangleren.be is "kunt u mijn de dt-regel nog eens uitleggen?".
Nochtans is deze regel helemaal niet zo moeilijk als hij wel lijkt, je moet gewoon je gezond boerenverstand gebruiken.
Indien u een geheugensteuntje wil, beginnen we eerst met de regel in het kort:
1. Tegenwoordige tijd, normale zinnen: ik [stam], jij [stam]+t, hij [stam]+t
voorbeeld: ik drink, jij drinkt, hij drinkt
2. Tegenwoordige tijd, geïnverteerde zinnen (bv. vragen): [stam] ik, [stam] jij, [stam]+t hij
voorbeeld: drink ik? drink je? drinkt hij?
3. Nooit een d toevoegen aan een werkwoord in tegenwoordige tijd als er nog geen d in stond. En dus ook nooit dt in zo'n geval!
Vervang in geval van twijfel het werkwoord door 'werken'. Zo hoor je direct of je een t moet toevoegen of niet.
voorbeeld: ik bind, je bindt, hij bindt. Bij twijfel
4. Bevelen: gewoon de stam van het werkwoord. Geen t toevoegen!
voorbeeld: bind! drink!
5. Voltooid tegenwoordige/verleden tijd: nooit dt! De laatste letter is d of t al naargelang de "regel van 't kofschip". Vergeet deze regel. Vervoeg gewoon het werkwoord in de verleden tijd: "het gebeurde", je hoort een d dus de laatste letter van "het is gebeurd" is ook een d.
6. Gij/ge: in de tegenwoordige tijd vervoegen zoals bij 'u' of 'hij'. Dus "gij wordt". Vermijd de verleden tijd, de correcte vervoeging ziet er vies uit en de minder vies uiziende vervoeging is fout
7. Werkwoorden uit het Engels: vervoegen zoals een gewoon Nederlands werkwoord, met het werkwoord als stam. Dus "ik save, jij savet, hij heeft gesaved". Er zijn wat complicaties, zie de laatste paragraaf van deze tekst.
5 comments
zo je welke?
Gij hadt, vondt gij,...
Vandaar de opmerking bij gij/ge in verleden tijd. Het kan er inderdaad vies uitzien.
| « Neem een taalbad Nederlands | Gratis Frans leren op het internet » |


