Hoofd Tijdschriftenadministratie - deel 5
By thorgal on May 19, 2007 | In Interview met...
En vandaag het laatste deel. Hierin vertelt D. ons wat het minst leuke is aan haar baantje aan de universiteitsbibliotheek.
wat is het minst leuke aan je job :
Het werk zelf op zich is niet echt heel boeiend, maar ik ben best tevreden.
Ik zit droog en warm – hoewel men ons het laatste jaar probeert uit te vriezen blijkbaar, want we zitten dikwijls met extra truien en jassen aan en het is echt wel moeilijk typen met handschoenen!
Het minder leuke is wat er sinds een aantal jaren gaande is: de fusie (als je dat zo noemen als eigenlijk één instelling de plak zwiert; als op jou instelling de sterke figuren weggepromoveerd werden en vervangen door iets minder “grote” vakmensen ... net voor de fusie?).
...
Fusie werd machtstrijd om de hoogste postjes, om het behoud van de eigen software pakketjes voor de administraties, om het behoud van de werkregels... of dat deze nu compatibel waren met de andere sites was van minder belang, een machtstrijd over vierkante meters en meubilair. Minder prioriteit had blijkbaar de structurele hervorming zelf. Gevolg was een soep van jewelste waar we langzaam uit aan het kruipen zijn. Gent en Leuven moeten zich wel in de handjes gewreven hebben, een krant artikel van enkele jaren terug blokletterde nogmaals: er is maar plaats voor 2 Vlaamse universiteiten, nog even een messteek in onze rug geven.
De onzekere situaties, de spanningen, het werkte op vele mensen hun zenuwen en dikwijls moesten we gefrustreerd toekijken naar de resultaten toen beslissingen over onze hoofden genomen werden, zonder overleg op het veld zelf, zelfs zonder medeweten van de betrokkenen.
Als het leuke van mijn job de universiteit op zich was, de kleinere goedwerkende campus, dan waren we plots opgeslokt door een grote walvis en alles zou gauw anders worden.
Faculteiten, diensten, mensen, ze worden gereloceerd. Collega’s die jaren samen werkten worden uit elkaar getrokken en als enigste vreemde eend bij een andere dienst geplaatst.
De contacten tussen personeel en proffen die door de specifieke indeling van de gebouwen heel normaal en frequent waren, die worden nu iets moeilijker door een andere infrastructuur (heb ik me laten vertellen door mensen ter plaatse).
Het lijkt wel een reis terug in de tijd.
Als ik de twee andere campussen vergelijk, dan is de ene als een groot dorp waar alles wel gearrangeerd kan worden als je de juiste mensen kent, en de andere is gewoon De Naam van de Roos... alles achter gesloten deurtjes, behoudsgezind, zelfs noodzakelijke informatie om je werk behoorlijk te doen, wordt door andere collega’s achter gehouden. Ik ben vergeten hoe onze campus genoemd werd door de andere twee, maar wij waren een beetje de dikke nekken want alles liep hier toch zo goed en zo vlot... noem me maar een dikke nek, maar er zit wel degelijk waarheid in het waarom.
De naam van de Roos... daar ga ik naartoe... op de zolder bij de Jezuiten, drie hoog, onder de dakkappelletjes... weg van de open groene weiden met de paardjes in de lente, weg van het groen en de rust, weg de rit met de fiets naar het werk.
Weg van mijn buitenlandse studenten op mijn campus (ik zal maar van de zomer een afscheidsfeestje geven zeker?) die ik tegenkom in de hall, op weg naar de cafetaria of naar één van de leeszalen. Weg ook enkele collega’s die zullen achterblijven op onze oude campus: een beetje verweesde campus, nu al in de volksmond Campus Drie Lijken genoemd.
Met gemengde gevoelens trek ik naar de stad, maar ook nieuwsgierig, want in de stad leeft er ook vanalles, ook op de unief. Ik ga waar de actie is?
Een minder leuk aspect komt eigenlijk van buitenaf. Meer en meer worden we geconfronteerd met de woekerpraktijken van uitgeverijen en daar viseer ik dan een paar heel grote bij.
Zij melken ons zonder te verpinken uit. Jaarlijks moeten we merken dat zij ons meer en meer financieel wurgen. Dit gebeurt niet altijd op een propere manier: zo zijn we eens met drie collega’s tot vier keer toe een dag bezig geweest om telkens opgestuurde contracten terug te verbeteren. Telkens probeerde die uitgever ons nog extra abonnementen aan te rekenen.
Dat kan misschien één keer gebeuren maar niet 4 keer op een rij!
Overeenkomsten tussen de universiteiten en hoge scholen draaien meestal uit op voordelige regelingen voor de grote onder hen en zo worden de kleinere uniefs nog meer in de tang genomen. Anderzijds wordt er meer en meer besnoeid en minder betoelaagd door de overheid. Het wordt een gevecht tegen twee Vlaamse Goliaths en vele kleine Davidjes... maar ik ben niet zeker of het verhaal hetzelfde zal aflopen.
De beperking aan middelen; de woekerpraktijken van de uitgeverijen en de samensmelting van de universiteit, hebben een interne strijd ontketend waarbij academici en administraties tegenover elkaar dreigen te staan.
De openkast bibliotheek, zoals ik die altijd gekend en gewaardeerd heb, dreigt voor bepaalde faculteiten voor een groot gedeelte te verdwijnen. Steeds meer wordt er gekeken naar goedkope individuele abonnementjes, waarbij enkel de prof en de zijnen goed bij kunnen varen. De studenten zullen zoals in de oertijd, terug mogen gaan aankloppen aan de deur om alstublieft te vragen of ze even dit of dat mogen consulteren. Geen garantie op verzekerde openingsuren meer zoals nu in de leeszaal; geen informatie over uitleen van een werk, geen recht op constultatie voor buitenstaanders...
Dit is langzame zelfdoding.
Het minder leuke aan mijn job is dus dat ze bedreigt wordt door een langzaam oprukkende gangreen waarvan, als er niets fundamenteels tegen ondernomen wordt, het niet zal blijven bij het amputeren van enkele zieke of afgestorven faculteiten.
Er zijn geld en middelen en een interne verandering van de mentaliteit nodig en wel nu.
Het zou jammer zijn als de keuze ivm onderwijs nog verder zou inkrimpen en ook dit meer gemonopoliseerd zou worden.
Tja... en als er besnoeid wordt, dan is het administratief personeel het eerste slachtoffer. Er zijn momenteel tientallen mensen die waarschijnlijk nog eens een jaar moeten wachten vooraleer men hen het hun terechte loon en functie zullen vergoeden... dat wordt dan twee jaar dat ze in die hun zakken zitten... en dit zonder terugwerkende kracht. Dat noem ik propere diefstal. Ook dat is niet leuk. Gelukkig is dit momenteel nog niet voor mij het geval, maar wel voor een paar van mijn naaste collega’s en dat werkt voor sommige contraproductief en dat is dan daardoor weer minder leuk voor mij. Snap je?
No feedback yet
| « Hoe word ik een Urban Explorer ? | Hoofd Tijdschriftenadministratie - deel 4 » |


